Wat is stadsnatuur?
Misschien denk je dat er in een stad geen natuur is. Toch is het wel zo. 
Er leven immers dieren en er groeien planten, paddestoelen, korstmossen en bomen, die van de stadsbewoners de ruimte hebben gekregen om hier ook te "wonen".   
Het leefgebied van planten of dieren noemen we een biotoop. In Beverwijk zien we andere dieren en planten als in Wijk aan Zee, dat direct aan zee grenst en dus andere leefomstandigheden biedt. Iedere plek heeft zo eigen biotopen. In deze website vind je onder het kopje Wijk aan Zee de informatie over de typische zeenatuur, die dit dorp kenmerkt. Als we het hier over stadsnatuur hebben gaat het dus met name om Beverwijk stad.

Biotopen in de stad van klein tot groter
In de stad zelf zijn er verschillende soorten biotopen: 
Jouw stadstuin kan een leefwereld zijn voor planten en dieren, die zich daar thuis voelen en zelfstandig kunnen groeien. 
Op straat zien we stadsvogels en komen er plantjes tussen de straatstenen op. 
Een voorbeeld van een wat grotere stadsbiotoop is een stadspark met een vijver vol vissen. Kleine waterlopen (beekjes) of groepjes bomen kunnen ook natuurwaarden bevatten. 
De grens tussen wat je wel of niet onder natuur laten vallen, wordt uiteindelijk bepaald door de natuurwaarde die aanwezig is. Daarover lees je meer in het artikeltje over natuurwaarden

Stadsecologie
Pas vanaf ongeveer 1970 kwam er aandacht voor de stadsnatuur en gingen wetenschappers die bestuderen: de zgn. stadsecologie. Aanvankelijk was er vooral aandacht voor braakliggende terreinen waar de "wilde" natuur ruimte had gekregen. De bekende Amsterdamse stadsecoloog Martin Melchers heeft er veel over gepubliceerd.  Later zag men de stadsnatuur als een groene oase voor de inwoners. Nu ligt er veel nadruk op het klimaatbestendig maken van de stad door vergroening en goede waterbeheersing.

Klimaatverandering en vergroening van de stad
Stadsbewoners willen graag meer groen beleven en de klimaatverandering vraagt om een nieuwe inrichting van het groen. De tegels gaan eruit en de plantjes komen erin. Bomen en struiken moeten voor verkoeling en schaduw zorgen. Allemaal met het oog op een stad, die klimaatbestendig is.

De beplanting wordt aangepast aan de nieuwe klimaatomstandigheden waardoor er een grotere biodiversiteit kan ontstaan. De stadshovenier laat tegenwoordig niet meer een rij bomen van dezelfde soort planten. Want als er een ziekte uitbreekt zou dan elke boom ziek worden.
Zet je verschillende boomsoorten in een rij ,dan is de kans veel minder groot, want een eikenprocessierups kruipt bij voorbeeld niet naar een iep.
Meer biodiversiteit is nodig: door verschillende soorten bij elkaar te plaatsen wordt de beplanting minder kwetsbaar. Bovendien trekt dat weer andere diersoorten aan. 
Ook zijn inheemse planten en bomen een betere keuze dan exotische planten. Exoten hebben de neiging de oorpsornkelijke inheems planten te overwoekeren. Sommige zelfs erg agressief: denk aan de Japanse 

Nog weinig ontdekt is de 'verborgen' stadsnatuur, zoals bodemleven en mosaangroei op bomen. 

Een rol voor het water
Om de wateroverlast in de stad te beheersen worden er -waar het kan en nodig- is waterbergingen aangelegd. Waterpartijen en het herstel van oude waterlopen zijn een aanwinst voor een nieuw soort stadsnatuur.


Hoe speciaal is de stadsnatuur?
Uit stadsecologisch onderzoek in Nederland kwam naar voren dat de stad door de hogere temperatuur en stenigheid voor bepaalde soorten interessante leefmilieus oplevert, milieus die daarbuiten alleen voorkomen in andere landen, vaak zuidelijker en hoger geleden, zoals Zuid-Europese middelgebergten. Ook bleek dat de biodiversiteit soms hoger was dan in omliggende agrarische gebieden.

Overlast
Soms gaat stadsnatuur gepaard met onveiligheid of overlast. Enkele kruiden (zoals grassen) en bomen (zoals berken) geven allergische reacties. Lindebomen zijn berucht omdat de daarop veelvuldig verblijvende luizen een kleverige stof (honingdauw) afscheiden die enige vervuiling oplevert. Bepaalde dieren veroorzaken huidirritaties (zoals de eikenprocessierups) dan wel herrie of vervuiling (spreeuwen) of schade (steenmarter). Hoge en ruige struiken worden als sociaal onveilig ervaren.