De tuinderijen in de Beverwijkse binnenduinrand behoren, samen met het Westland, tot de oudste tuinbouwgebieden van Nederland. Vanaf de zeventiende eeuw tot halverwege de twintigste eeuw stonden de ‘Wijkertuinen’ wijd en zijd bekend om de kwaliteit van de hier geteelde groenten, aardbeien en bloemen. De afgegraven en in cultuur gebrachte zandgronden achter de duinen, ook wel geestgronden, zijn licht en vruchtbaar. Niet voor niets werden ze door een tuinder ooit liefdevol omschreven als een ‘tapijt’.
Dat is lang geleden. Het Beverwijkse tuinbouwareaal is zienderogen geslonken. De veiling is allang verdwenen, en klompen zie je zelden of nooit meer in het straatbeeld.
Woonwijken verrezen op de voormalige tuinderijen, en ook de Hoogovens slokten veel grond op. Met het kleiner worden in omvang zijn de tuinderijen – en de tuinders – bijna uit beeld verdwenen. Dat zou toch eeuwig zonde zijn.
De binnenduinrand behoort namelijk tot een bijzonder landschapstype. Bekijk het eens van bovenaf: links de zee met het strand, dan de jonge hoge duinen die naar rechts steeds meer afvlakken. Daar waar dat lage duin geleidelijk overloopt in het achterland, dat is de binnenduinrand.
Een ‘rand’ die langs de kust loopt, van de kop van Noord- Holland tot aan de Zeeuwse eilanden. Een gebied met een rijke cultuurhistorie.
Bovendien: dit erfgoed is nog springlevend. Lang niet alles is verdwenen. We beschikken nog steeds over tuinderijen waarop wordt geteeld. We genieten nog steeds elk voorjaar en iedere zomer van de akkers met agapanthussen, ster- hyacintjes en leeuwenbekken. Veel Beverwijkers hebben bovendien wortels in het voormalige tuindersgebied.
En de nieuwe inwoners van Binnenduin zitten letterlijk op de vruchtbare tuinbouwgronden van vroeger.